AFM en DNB: verruiming leennormen onwenselijk

Leennormen gaan over het maximale bedrag dat huizenkopers mogen lenen bij de koop van een woning. Zij mogen in beginsel niet meer dan 100 procent van de waarde van het huis lenen, de zogeheten Loan-to-Value (LTV-limiet). Daarnaast geldt een Loan-to-Income (LTI-norm), waarbij voor de maximale hypotheek wordt gekeken naar het inkomen van de koper en naar de rente.

Huiseigenaren zijn sinds 2013 minder kwetsbaar geworden voor schokken, aldus DNB en AFM, doordat de waarde van veel huizen steeg en daarmee de verhouding tussen de schuld en de waarde daalde. Steeds minder huizen staan ‘onder water’. Door de lagere gemiddelde LTV en LTI zijn huiseigenaren en hypotheekverstrekkers minder kwetsbaar bij een eventuele huizenprijsdaling. Wel blijft de hypotheekschuld in Nederland hoog en zijn de LTV’s en LTI’s van nieuwe leningen juist weer wat toegenomen. Daardoor blijven er risico’s bestaan voor de financiële stabiliteit.

Voor starters blijft het met de hard gestegen huizenprijzen moeilijk en kostbaar om een woning te kopen, ze moeten daar steeds vaker maximaal voor lenen. Ze steken zich dieper in de schulden, om toch maar dat huis te kunnen kopen. En daardoor kunnen ze in de problemen komen als ze hun baan verliezen of veel minder gaan verdienen. Ze zijn met een maximale lening ook kwetsbaar voor dalende huizenprijzen. AFM en DNB zien een oplossing door afbouw van fiscale stimulering van het eigenwoningbezit (hypotheekrenteaftrek) en uitbreiding van het woningaanbod.